Koffie-import het kwetsbaarst in nieuwe EU-studie naar pesticiden

Een studie van de Europese Commissie zet koffie boven aan de lijst van producten die strengere pesticidenregels het hardst zouden voelen.
Een rapport van 11 augustus bevat een getal waar elke koffie-inkoper even van blijft staan: 332%. Zo hard stijgen de koffieprijzen in Europa in één scenario van een nieuwe studie van de Europese Commissie. Dat scenario is bewust extreem, en de auteurs zeggen het er zelf bij. Waarom koffie boven aan die lijst staat, vóór 234 andere producten, is het deel dat telt.
Wat de studie naar pesticidenresiduen echt doorrekende
De EU verbiedt veel pesticiden op eigen bodem. Sporen ervan in geïmporteerd voedsel verbiedt zij niet automatisch. De studie van het Joint Research Centre, met kenmerk JRC147659, rekent door wat er zou veranderen als dat wel gebeurde, door de maximale residuwaarden voor de zwaarste stoffen terug te brengen tot de bepaalbaarheidsgrens.
Van 976 werkzame stoffen die in de EU niet zijn toegelaten voldoen er 80 aan de zwaarste criteria, en slechts 18 kennen grenswaarden boven die drempel en duiken op in zendingen of zijn toegestaan in het teeltland. Die 18 raken 235 producten uit 86 landen.
Waarom de koffie-import boven aan staat
Eén kolom verklaart het meeste: de zelfvoorzieningsgraad. Voor gerst produceert de EU 112,2% van wat zij verbruikt, voor tarwe 122,4%. Voor koffie 0%. Een gat in geïmporteerde citrus vullen telers in Spanje op. Koffie verbouwt niemand in Europa.
Twee stoffen zijn hier bepalend, cyproconazool en glufosinaat, met aanwijzingen voor gebruik in 29 landen die samen goed zijn voor meer dan 80% van de groene koffie die de EU inkoopt. Voor koffie-exporteurs is een strengere norm geen kwestie van wisselen van herkomst, want de getroffen herkomsten zijn de markt. Europese regels raakten de categorie eerder al, zoals de verpakkingsregels voor cups lieten zien.

De 332% is een plafond, geen voorspelling
De bovengrens komt uit het scenario dat de auteurs de no adaptation bound noemen, waarin elke exporteur die een van de 18 stoffen gebruikt gewoon doorgaat en de Europese markt verliest. De totale agrarische invoer van de EU daalt dan 41% in volume, koffie 56%, en de consumentenprijzen voor koffie stijgen 332%.
De auteurs zijn helder over de waarde daarvan. Het rapport is geen effectbeoordeling, dekt milieu noch sociale gevolgen, en de uitkomsten bakenen een aannemelijke bandbreedte af in plaats van er één te voorspellen. Het getal markeert de buitenrand, geen prijskaartje.
Wat de middelste scenario's zeggen
Aanpassing verandert het beeld. In de tussenvariant, waarin een deel van de telers omschakelt en de kosten van export naar de EU met 20% stijgen, daalt de totale invoer 8% en stijgen de koffieprijzen in Europa 6%. In het laagste scenario daalt de invoer 0,4% en beweegt niets meer dan 1%.
Het verre eind van de keten krijgt minder aandacht. In het hardste scenario dalen ook de producentenprijzen in exporterende landen, het sterkst bij koffie, met bijna 15%. Dat is precies de druk die instrumenten als de Fairtrade-minimumprijs moeten dempen.

Koffieroest is het echte obstakel
Onder de modellen zit een schimmel. Cyproconazool wordt gespoten tegen koffieroest, en de casus in het rapport vond residuen ervan in 13% van de zendingen koffiebonen uit Brazilië, de grootste leverancier. Van de middelen die daar het beste presteren tegen de ziekte, gemeten in opbrengst, is er geen enkele toegelaten in de EU. Toegelaten alternatieven verhogen de productiekosten met ruwweg 20% tot 40%.
Een besluit is dit allemaal niet. Er ligt geen voorstel en er is geen datum; dit is onderzoek dat een latere beoordeling kan voeden. Duikt een getal als 332% straks op in een kop, vraag dan uit welk scenario het komt, en wat dat scenario aannam over de mensen die het gewas telen.
Drink de koffie achter de verhalen
Vers gebrand, thuisbezorgd, met een eerlijke deal achter elke zak.


